Antigua en Barbuda bestaat uit twee eilanden met dezelfde vlag, maar een heel verschillend karakter. Samen vormen ze een onafhankelijke staat in het oostelijke Caribisch gebied, onderdeel van de Bovenwindse Eilanden. De naam van het land is nog niet half zo bekend als de reputatie van zijn kustlijn: 365 stranden, zo wordt er vaak gezegd — eentje voor elke dag van het jaar. Of dat echt zo is, doet er eigenlijk niet toe. Wat telt, is dat er op bijna elke bocht van de kust wel een inham, een baai of een strandstrook ligt waar het zand zacht en de zee helder is.
Toch is er meer dan alleen zand en zee. Antigua is het grotere, drukkere eiland, met resorts, een internationale luchthaven en een hoofdstad die bruist van de Caribische kleuren. Barbuda ligt er een stuk rustiger bij: minder mensen, minder voorzieningen, maar juist daardoor ook meer ruimte voor stilte en natuur. De twee eilanden vullen elkaar aan, als elkaars tegenpool onder dezelfde vlag.
Wie naar Antigua en Barbuda reist, stapt een wereld binnen waar toerisme de hoofdrol speelt, maar waar tradities en landschap nooit helemaal uit beeld verdwijnen. Het is een land waar wind en water een ritme aangeven dat uitnodigt tot vertragen — en waar je op dag twee al vergeet welke dag het eigenlijk is.