Gabon ligt in het westen van Centraal-Afrika en grenst aan de Atlantische Oceaan. Het land staat bekend als “le pays de l’eau”, oftewel het land van het water, vanwege de vele rivieren, watervallen en mangroves die het landschap kenmerken. De hoofdstad Libreville, gelegen aan de kust, vormt het economische en politieke hart van het land en is een levendige stad die sterk beïnvloed is door Franse koloniale geschiedenis.
Hoewel Gabon oorspronkelijk werd bewoond door pygmeeën, maken zij tegenwoordig slechts ongeveer 1% van de bevolking uit. Deze oorspronkelijke bewoners leven nog vooral in afgelegen bosgebieden, terwijl de meerderheid van de bevolking nu uit grotere etnische groepen bestaat zoals de Fang, Punu en Myéné. Gabon heeft bovendien een van de hoogste urbanisatiegraden van Afrika: zo’n 90% van de inwoners woont in steden, met name in Libreville en Port-Gentil.
De economie van Gabon draait grotendeels op olie, met offshore-olie die ongeveer 70% van de export vertegenwoordigt. Dit heeft het land relatief welvarend gemaakt vergeleken met veel andere Afrikaanse landen. Toch profiteert niet iedereen gelijkmatig van deze rijkdom, en er bestaan duidelijke verschillen tussen stad en platteland.
Met haar indrukwekkende regenwouden, nationale parken en kustlijnen biedt Gabon reizigers een bijzondere mix van natuur en cultuur. Ondanks de economische afhankelijkheid van olie zet Gabon steeds meer in op ecotoerisme, waarbij natuurgebieden zoals Loango en Lopé nationale parken worden beschermd en toegankelijk gemaakt voor toeristen.