Portugal ligt aan de westkant van het Iberisch Schiereiland en ademt een eigen ritme, anders dan dat van zijn grotere buur Spanje. Het land is langgerekt, ruig aan de kust en zacht glooiend in het binnenland. Portugal is niet alleen zon en zee, maar ook melancholie, geschiedenis, eenvoud en diepgang. Wie er eenmaal geweest is, merkt dat het blijft kleven: de geur van gegrilde sardientjes, de klanken van een fado die uit een open raam klinken, de stilte van een klooster bovenop een heuvel.
Eeuwen geleden was Portugal een van de machtigste zeevarende naties ter wereld. In de 15e en 16e eeuw verspreidde het zijn invloed over vier continenten. Overal lieten de Portugezen sporen na, van Brazilië tot Goa en van Mozambique tot Oost-Timor. Dat koloniaal verleden vormt nog steeds een onuitwisbare laag in het culturele landschap van het land. Tegelijk is Portugal verrassend bescheiden gebleven: vriendelijk, onopvallend en vaak net wat rustiger dan andere Zuid-Europese landen.
Tegenwoordig trekt Portugal een gevarieerd publiek. Surfers zoeken de golven op rond Peniche, digital nomads vestigen zich in Lissabon of Porto, en gezinnen vinden hun plek aan de stranden van de Algarve. En dan zijn er de liefhebbers van traditie: zij die op zoek zijn naar fado, naar azulejos, naar markten met vis, naar verhalen.