Op basis van de Köppen-Geiger klimaatclassificatie wordt het klimaat in verschillende types ingedeeld. Op deze pagina beschrijven we klimaattype Dw, ook wel bekend als landklimaat met droge winters.
Omschrijving
Het landklimaat dat ook bekend staat als continentaal klimaat kenmerkt zich door grote temperatuurverschillen tussen de zomer en winter. Omdat het gebieden zijn waar de invloed van grote wateroppervlaktes zoals zeeën en oceanen ontbreekt kan de temperatuur in de zomermaanden oplopen naar extreem hoge waardes en kan het in de winter flink koud worden. Door het ontbreken van het afkoelende effect van zeewater in de zomer en het opwarmende effect in de winter heeft de natuur bijna vrij spel om te zorgen voor kou en hitte. Van alle klimaten zijn de landklimaten het wispelturigst. De langjarige gemiddelden wat betreft temperatuur en neerslag zijn slechts een richtlijn waarbij redelijke afwijkingen mogelijk zijn. Ook binnen één etmaal kan er een groot verschil zijn in minimum- en maximumtemperatuur.
Kenmerken
– beperkte of geen invloed van grote waterpartijen
– grote variaties in temperaturen
– droge winters
Onderverdeling
– warm landklimaat (type Dwa): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur van minimaal 22 graden Celsius
– gematigd landklimaat (type Dwb): de warmste maand van het jaar heeft een gemiddelde maandtemperatuur die lager ligt dan 22 graden Celsius
– koel landklimaat (type Dwc): de gemiddelde maandtemperatuur komt maximaal 4 maanden boven de 10 graden Celsius uit
– koud landklimaat (type Dwd): de koudste maand heeft een gemiddelde maandtemperatuur die hoger ligt dan min 38 graden Celsius
Landen en gebieden met dit klimaattype
Het landklimaat type Dw vind je onder andere in China, Rusland en Japan.
Opmerkingen
Een landklimaat hoeft niet per definitie landinwaarts te liggen. Sommige kustgebieden van Oost-Azië, Noord-Europa en Canada kennen ook een landklimaat.
Landklimaten vind je alleen maar op het noordelijk halfrond.